bouwjaar
1736 verbrand en herbouwd
verdwenen
afgebroken
geschiedenis
De Informacie van 1514 vermeldt onder Westerblokker "molengeld" en onder Zwaag "twee watermolens". Op de kaart van Hoorn door Jacob van Deventer uit ca. 1660 staan de twee molens aangegeven aan het einde van de Holenweg.

De Oostpolder (1669 ha) werd bemalen door drie vijzelmolens: de Dijkmolen, de Middelste of Kleine Molen en de Laanmolen.

In 1736 brandden de "groote molen" en de "nieuwe molen" af; de middelste molen, de "steertmolen", bleef gespaard.

In 1873 werd de middelste molen vervangen door een stoomgemaal (horizontale tandem compound stoommachine van 80 i.pk met 110 m3 opbrengst per min.), later verdween de Laanmolen ook (na blikseminslag gesloopt?). In 1915 werd de capaciteit van het gemaal zodanig vergroot dat ook de Dijkmolen afgebroken kon worden.

Onze Courant, 25 aug. 1914:
"Publieke Verkooping van Molenafbraak.
De verkooping nabij het Stoomgemaal van de Oosterpolder onder de gem. Hoorn heeft niet MAANDAG plaats gehad, doch zal Woensdag 26 Aug. plaats hebben."

In 1956 werd het stoomgemaal vervangen door een elektrisch gemaal op de voormalige plek van de Dijkmolen.

Bronnen onder meer:
- "De zeeweringen en waterschappen van Noordholland", derde uitgaaf, D. Kooiman, 1936.
- "West-Friese watermolens op de kaart van Joost Jansz. Beeldsnijder (1575/1608) en op de kaarten van het Groot Proces (1638)", artikel door Bert Kölker en Jan de Bruin in Jaarboek 2007 van het Westfries Genootschap.
- Molinologie nrs. 4 (zoekplaatje) en 5 (tekst). Verzameling H. van der Kaay.
-----

In 1904 werd het stoomgemaal gemoderniseerd.
Bron: "Speuren naar een Zaanse wipmolen?", art. door Erwin Esselink in De Nieuwe Molenwereld nr. 8, dec. 2021.
trivia
Jacob Kieft was watermolenaar van ± 1816 t/m 1833 op één van de Oosterpolder watermolens.
Jacob Sijmensz Kieft ged. 16 januari 1774 te Schellinkhout, overl. 7 november 1851 te Hoorn.
In een vergadering van het bestuur is op 06-01-1816 een verzoek van Jacob binnengekomen "om in gevalle van vacature op den dijkmolen te worden geplaatst als Voormaler". Op 23 november 1816 staat hij vermeld als "voormaler". Het tractement was toen voor Jacob Kieft ƒ 85, Willem Kraal ƒ 80 en Pieter Sikkink ƒ 70. Aan drinkgeld ontvingen zij resp. ƒ 17,25, ƒ 17,90 en ƒ 15,95.
Hieruit is maak ik op dat Jacob in de 1e molen zat (dat waren de voormalers of admiraals) en de andere in molen 2 en 3. Jacob komt uit dezelfde familie als mijn grootvader in Andijk.
Simon Kieft, 23 januari 2008, uit Genealogie Kieft, 1997.
-----

Op 21 oktober 1887 sloeg de bliksem in één van de overgebleven molens; ik weet niet welke, alleen dat hij bemalen werd door I. Visser. De molen werd zwaar beschadigd, maar een begin van brand kon geblust worden. Toch zou dat de aanleiding tot de sloop geweest kunnen zijn.
Nico Jurgens, 13 jan. 2008.

Hierover werd ook bericht in de Purmerender Courant van 23 oktober 1887.
----

In 1904 werd bij deze molen een grote trekhond gedood door de molen.
Bron: "Hoornse herinneringen", W.A. Braasem, 1972.
Michel Zwier, 13 feb. 2011.