bouwjaar
verdwenen
verbrand
geschiedenis

Het moleneinde dankt zijn naam aan de molen, die stond nabij de driesprong met Lheeweg en Zuidenpad (thans Zuidenweg). De molen heette "de meule van Veeze" naar de eigenaar Jan Veeze, die de molen steeds verhuurde, laatstelijk aan Scholte. Toen de molen op de avond van 27 Maart 1919 zonder aanwijsbare oorzaak afbrandde, werd de molenaar Scholte er op aangekeken.

Op de voorgrond staat het huis van ontvanger Albert Prakken. De deur in de rechterhoek was de ingang van het ontvangerskantoor.
J.N.J. Vondeling


29-03-1919: Prov. Drentsche en Asser courant
Dwingeloo. Donderdagavond te negen uur brandde de windkorenmolen, ook ingericht als houtzaagmolen, eigenaar de heer J. Scholte, af; hoogstwaarschijnlijk door het warm loopen der as.

trivia

Volgens de boeken van Wouda, zeilmaker te Meppel huurde de molen de zeilen van 1876 tot 1919, er werden echter 2 maten zeilen gehuurd, 69 en 67 voet, dit verschillende maten kunnen betrekking hebben op veranderingen aan het gevlucht of verbeteringen van foutief opgemeten lengten.
Ook is het niet uitgesloten dat molenaars grotere of kleinere zeilen wilden gebruiken. Waarschijnlijk is hier in Drenthe gebruik gemaakt van de Amsterdamse voet, deze is ruim 28 cm. andere maten zijn de Utrechtse stadsvoet (26,8 cm). De Friesche koningsvoet (32,6 cm), de latere Friese of Deventer houtvoet (29,5 cm)