bouwjaar
1895 verbouwd
verdwenen
gesloopt
geschiedenis

06-04-1785: Leeuwarder Courant
"B. Wiarda, Secretaris van Baarderadeel, Praesenteert als Actuariun publicq by Strykgeld te verkoopen: 
Een extra schoone agt kante Steenen Eik of Runmolen, met de daar aan gestigte deftige Sement-molen en Stampenge van vier stampers aan dezelve annexis, staande en gelegen aan de Leeuwarder Vaart op Zeevenhuisen onder 't behoor der Stad Franequer; zynde voorzien met een Propere en roijale Huizinge, drie grote schors Schuuren, waar in ongeveer 6000 Ton Schors en Eik, Sampt alle benoodigde Waaren tot de Sement makery op 't gevoeglykst kunnen geplaats en geborgen worden: 
welke gebouw voorkorte jaaren van de beste Materialen gemaakt, en op het aller geryffelykste gestigt is, de Roeden lang 66 voet vlugt: wordende thans door de Koopman Cornelis Dirks bewoond en gebruikt, tot den 12 May 1785 wanneer vrij van huuringe is.

16-04-1785: Advertentie 
Te koop de achtkante steenen runmolen met den daaraan verbonden cementmolen aan de Leeuwardervaart op Zevenhuizen onder Franeker, gebruikt en bewoond door den koopman Cornelis Dirks. 

20-03-1793: Leeuwarder Courant
"H.J. Albarda en C. Schultz zullen op tyd en plaats nader te bepalen by Strykgeld Verkoopen: Eene 8kante Steenen Eik-, Sement- en Zaagmolen, staande by Zeeven Huizen onder Franeker, aan de Leeuwarder Trekvaart, met de daar by propere Behuizinge, sampt 3 Houtschuuren &c. op den 12 May 1793 vry te aanvaarden."

Ook wellicht als oliemolen, en zeker van 1793 tot 1801 als houtzaagmolen heeft deze molen te boek gestaan. 

1801: bij executie verkocht

1806:  verbouwd tot poldermolen van de Stadspolder. De molen was oorspronkelijk geheel van steen (*). 

1895: tot de stelling afgebroken

In 1895 werd de inmiddels bovenbouw van hout opgetrokken, en bedekt met asfalt. De kap werd met riet gedekt

1905: kwam de molen buiten bedrijf te staan

1908: De molen werd in 1908 gesloopt. 


Wellicht stond deze molen voorheen als Eek Molen (Tenbruggencatenummer 10654) ten westen van de stad.

trivia

Op de foto is te zien de watermolen van de Stadspolder met links de molenmakerswerf van Westra. De opgetafelde roede zou, volgens J. Wüst uit Leeuwarden, bestemd zijn voor de Marssumermolen, terwijl de twee ijzeren assen naar molens te Vrouwenparochie en Schrins gingen. De personen op de foto zijn v.l.n.r. mevr. J. Siderius-Westra, mevr. A. Bakker-Westra, Jarich Westra en zijn zoons Siebe, Hendrik en Jan.
Bron: De Utskoat nr. 40, dec. 1985.
-----

1481 "Kontract van de Polder buiten het Oost van Franeker" [= Stadspolder], proces-verbaal van de bijeenkomst van de eigenaren en de gebruikers in het beoogde poldergebied, waarbij wordt besloten tot de bepoldering, 1807. Met staat van de grootte der landerijen en de te betalen maalgelden, 1808. Gedrukt. 1 katern.

In 1902 dienden A. Draisma de Vries en andere belanghebbenden bij het provinciaal bestuur het verzoek in tot oprichting van een waterschap "De Zuiderpolder onder Franekeradeel en Franeker". Door samenvoeging van een zeventiental polders en het toepassen van stoombemaling zou een aanmerkelijke verbetering van de waterbeheersing bereikt kunnen worden, meende men. Ongeveer tezelfdertijd bereikte de provincie een verzoek van een groep belanghebbenden die een waterschap "Steenen Molen" (deels het gebied beslaande van de particuliere "Stadspolder") opgericht wilde zien, met deels hetzelfde grondgebied. Na enig overleg besloten beide groepen te gaan samenwerken. In 1905 kwam het waterschap uiteindelijk tot stand, nadat op het laatste nippertje het grondgebied nog iets was uitgebreid.
In de eerste jaren na 1905 werden belangrijke werken uitgevoerd: aan de Tzummervaart verrees een stoomgemaal, dat de bestaande windmolens overbodig maakte. Deze werden overgenomen van de respectieve eigenaren en verkocht.
Bron: archief van Waterschap De Zuiderpolder bij Franeker, (1807) 1905-1976 (1977), Archiefnet.
-----

"Mijn grootvader had ook een molenmakerswerf en wel op Zevenhuizen bij Franeker. Naast het huis stond een stellingmolen. Die was er al in de tweede helft van de 18e eeuw. Er werd run mee gemalen voor de leerlooierijen en later werden er ook kantstenen en 4 stampers in aangebracht voor cementfabricage; bovendien is er ook nog hout mee gezaagd, maar in 1806 werd het een watermolen die voortaan de Stadspolder moest bemalen.


Toen in 1905 de Zuiderpolder werd opgericht, werd de Stadspolder daarin opgenomen met als gevolg dat de molen in verval raakte en 3 jaar later, toen ik werd geboren, door de moker werd vernietigd."

Bron: "Met een oud-molenmaker op karwei, herinneringen van wijlen Hendrik Westra Kzn.", art. door Gerben D. Wijnja in De Utskoat nr. 40, dec. 1985.