bouwjaar
verdwenen
verbrand
geschiedenis

Albert De Troije, soldaat van Napoleon, afk. uit de buurt van Troyes en gelegerd op Walcheren, bleef daar en werd ingeschreven in het bevolkingsregister als Albert de Troije, kocht in 1824 een molen te Vrouwenpolder, enz.
[C. van de Poel , 'Armoede is altijd schilderachtig. Twee eeuwen uit het leven van molenmakers De Troije', in: Zeeuws Jaarboek 1 (1997), p 154-170].

Deze molen verbrandde in 1835.
De molen werd in 1837 door molenbouwer Albert de Troije gebouwd.

Na ca 1924 werd er overgegaan op een oliemotor.

Op 19 januari 1930 verbrandde de molen. Het gerucht ging dat de molenaar zijn molen zelf in brand had gestoken. De molenaar, Cor de Visser, beweerde echter dat campinggasten, van een naburig veldje, de molen in de brand hadden gestoken. Dit werd geloofd en de verzekering betaalde uit. Vlak voor de brand heeft wijlen Cees Kasse, molenaar te Oost-Souburg, de molen nog (langzaam) zien malen. Hij bracht zijn toenmallige vriendin naar huis. Op de terug weg stond de molen in de brand, maar wel stil......

trivia

De molen had een houten as, later werd deze vervangen door een ijzeren as, die afkomstig was uit de eerder afgebrande korenmolen te Kats (Noord-Beveland). In 1926 werd er een ijzeren roe van Fransen in Vierlingsbeek met een lengte van 15,6 meter gestoken.
-----

In “De Windmolens” van Alfred Ronse (1934) staat er in het bijschrift van Fig. 31 op blz 36 geen plaatsnaam vermeld, maar wel dat deze molen op Walcheren staat. Dit is naar mijn idee een afb. van een oudere opname dan de tot dusver op Allemolens staande zes afbeeldingen. Dit omdat het gemetselde gebouwtje zoals dat links van de molen op enkele ervan staat nog ontbreekt.
Geert L. Nienhuis, 14 sep. 2019.