bouwjaar
bestemming

Vh. het malen van graan, thans buiten bedrijf

molenmaker
Gebr. v. Aspert, Heeswijk (1938)
omwentelingen
eigendomshistorie

De gemeente Maashorst is eigenaar sinds 1-1-2022. Daarvoor was dat de per die datum opgeheven gemeente Landerd.

geschiedenis

In 1938 werd deze molen te Oventje geplaatst; dit ter vervanging van een op 10 augustus 1925 door een wervelstorm verwoeste zeskante molen. Dertien jaar lang moest men het in het Oventje zonder molen stellen, omdat molenaar Van der Ven na de ramp een motormalerij had opgericht.
Maar Van der Ven bleek toch teveel een windmolenaar: na ruim 12 jaar kocht hij de voor de sloop te koop staande molen te Mariaheide aan, liet deze vervolgens afbreken en in het Oventje weer opbouwen. Op 14 september 1938 werd de molen feestelijk in bedrijf gesteld.
Overigens was de molen te Mariaheide ook niet nieuw; deze was daar in 1898 neergezet met gebruikmaken van een (vermoedelijk) Zaans achtkant.

In 1955 moest de molen vanwege een slechte roede worden stilgezet. Twee jaar later volgde herstel, waarbij een nieuwe binnenroede werd gestoken en de houten stelling vervangen door een achtkante ombouwing, waarvan het betonnen dak als stelling dienst ging doen. Molenaar Van der Ven had zich intussen twee jaar beholpen met een kleine hamermolen. Mengketel en luiwerk werden elektrisch aangedreven.
Op 14 december 1957 werd de molen weer in gebruik genomen; er kon weer met twee koppel stenen plus regulateur (voor beide koppels) en luiwerk op windkracht gewerkt worden.

De molen was veelvuldig in bedrijf, tot bij de zeer zware storm van 3 april 1973 een deel van het wiekenkruis werd vernield. Hierdoor kwam onverwacht een einde aan het malen op windkracht. De molen werd daarna wel hersteld maar van bedrijfsmatig malen is niet veel meer gekomen. Deels was dit ook te wijten aan de schaalvergroting in de landbouw die plaatsvond: molenaar Van der Ven ging niet veel later door als varkensboer. Inmiddels is dat ook weer verleden tijd en is dat bedrijf verdwenen. Maar Van der Ven laat de molen nog geregeld draaien.

Vóór de laatste grote restauratie waren op de roeden en Van Busselneuzen brede banen geschilderd in de Hollandse driekleur. Staart en kruibok waren donkergroen geschilderd, evenals de grote toegangsdeuren. De donkergroene (toen plaatijzeren) baard had een gegolfde witte rand en in grote witte letters stond de naam ST VICTOR. Windpeluw en voorkeuvelens waren rood en de waterdeuren wit.
In 2020, nadat de molen een nieuwe roede had gekregen, is deze beschildering van het wiekenkruis weer aangebracht. 

Op grond van de constructie is wel verondersteld dat deze molen oorspronkelijk, dus vóór de eerste verplaatsing naar Mariaheide, een hennepklopper is geweest. De constructie van een 'los' onderachtkant en een tafelement boven de beltdeuren, met daarboven dubbele (in hoogte) bintlaag met slechts 2 bintbalken per laag wijzen daarop. Helaas is deze theorie nogal wankel. In 1938 is, om de vlucht te kunnen vergroten, de stelling een verdieping lager geplaatst, waardoor het tussentafelment zich nu boven de stellingzolder bevindt.
Dit is één van de zeer weinige Brabantse molens met een lange spruit in het midden van de kap. Of ook dit wijst op een Zaanse oorsprong, moet vooralsnog worden betwijfeld.
Vroeger kwam het (met name in Brabant en Limburg) vaker voor, maar thans is deze molen, tezamen met die van Budel-Schoot, de enig overgeblevene waarbij achtkant en kap gedekt zijn met rode Icopal bedekking, in plaats van teerpapier.