In 1645 richtten drie burgemeesters namens de burgerij een verzoek aan de heer van Almelo om een tweede windmolen te mogen bouwen. De heer van Almelo ging hiermee akkoord mits de burgerij van Almelo 100 rijksdaalders bijdroegen voor een molensteen.
Het Huis 'Twickel' te Delden protesteerde tegen de bouw van de molen.
In een memorie, met afschriften van oude akten, gaf de heer van Almelo in zijn proces tegen de drost van Twente een uiteenzetting van zijn recht om bij de stad een molen te mogen bouwen. Tevens overhandigde hij getuigenverklaringen van burgers, die stelden, dat ze uit overlevering wisten, dat er voorheen ook een molen bij de stad had gestaan (dit was de molen die gebouwd was in 1470 en ongeveer in 1550 vermoedelijk verplaatst is naar het 'broek'). De korenmolen uit 1645 werd daarom toen de nieuwe molen genoemd.
Toen de nieuwe stadsmolen werd gebouwd in 1795 kreeg deze standerdmolen de naam 'Oude Koornmolen'.
Bron: Overijsselse Windmolens van toen en nu, G.H. Varwijk sr.
trivia
Er is enige verwarring omtrent de sloopdatum.
Het jaar 1848 wordt ook wel genoemd. Dit is ontstaan bij opmetingen van het kadaster. Eerst werd de molen getekend met een diameter van 4,50 meter, op een latere kaart is de diameter 9,00 meter.
Over nieuwbouw is echter niets bekend. De molen werd in 1869 afgebroken om herbouwd te worden.
In 1869 kocht J.H. Steffens aan de huidige Nieuwstraat 800 m2 grond om er een jaar later een achtkante stellingmolen te bouwen. Voor deze molen zijn diverse onderdelen van de standerdmolen hergebruikt.
Deze herbouwde molen is op 2 februari 1910 getroffen door brand en gedeeltelijk verbrand.
Herbouw vond plaats, zie de link naar de opvolger van deze molen.