De molen wordt voor het eerst in een document uit 1384 genoemd als grensaanduiding.
De molen bestond uit twee gebouwen, een korenmolen en een oliemolen met elk een eigen rad, naast elkaar op dezelfde oever. Later was er een derde en een vierde rad. In 1457 was er ook een schorsmolen. In 1599 kreeg Aert Hoppenbrouwers vergunning voor een volmolen, die in ieder geval vanaf 1623 tot 1722 in bedrijf was.
In 1722 brandde de molen af, waarschijnlijk als gevolg van brandstichting. In 1725 verkocht molenaar Laureyns van Heewijck de afgebrande molenresten aan Brigadier Isaak Baron van Cromstrom. Cronstrom kreeg in 1727 vergunning voor de bouw van een runmolen.
Volgens het kadaster van 1811-1832 waren er toen weer een korenmolen en een oliemolen.
In 1854 kocht Cornelis Roozen, van de familie Roozen van de Moergestelse windmolen, de waterkorenmolen en de ernaast gelegen oliemolen. Nadat diens zonen in 1879 een stoommaalderij "het Stoom" bouwden aan het Rootven, werd de watermolen nog hetzelfde jaar afgebroken. Ook de oliemolen verdween.
Bron: Watermolens in Noord-Brabant vroeger en nu, Ir. Piet-Hein van Halder, 2010.
trivia
Op 21-07-1843 berichtte de Groninger Courant:
Naar men verneemt, heeft er den 15 dezer in de gemeente Moergestel een verschrikkelijk ongeluk plaats gehad. De knecht van den watermolenaar aldaar, des avonds de raderen van den molen willende ophouden, om dezelve daardoor buiten werking te stellen, heeft het ongeluk daar tusschen te geraken; de molenaar, vermoedende, dat zijn knecht de werkzaamheden zoo als gewoonlijk had verrigt, gaat ter rust, en des morgens den knecht niet hoorende of ziende, blijkt hem in het naar den molen gaan, dat dezelve, door met de kleederen aan een der raderen geraakt te zijn, op eene verschrikkelijke wijze was verplet en omgekomen, en zelfs niet meer naar eene menschelijke gedaante geleek