bouwjaar
verdwenen
gesloopt
geschiedenis

De slijp- polijst- of harnasmolen alias de Mallemolen kwam in 1643 in het bezit van Lambrecht Fasen van der Kiste meester smid.
Zijn schoonvader Henrick Hermanssen van Leeuwen, en zijn zwager Pieter Pouwelsz Eijgenraem waren van beroep meester- harnasmaker, dus de molen was in goede handen.

De molen was van onderen tot boven met een stenen muur gebouwd, en bekwaam om allerlei wapenen te slijpen en te polijsten, en daarnaast ook mout en allerlei mestinge voor dieren te malen.
Bron: Jaarboek "Die Haghe" 1947.
Jan Eijgenraam

De eerste Ingenramen / Eijgenramen, waar meer bijzonderheden van bekend zijn, vinden we in Den Haag, zoals bijvoorbeeld Pieter Pouwelsz Ingenraem, geboren ca 1605.
Pieter Pouwelsz Ingenraem, trouwde in 1631 te Den Haag met Anneken Hendricxs van Leeuwen, hij is samen met zijn zuster Maria Pouwels, en zijn broer Pieter Pouwelsz ( twee broers met dezelfde naam! ) vanuit Arcen (L) naar Den Haag gekomen. Hun broers Jacob Pouwelsz en Hendrik Pouwelsz, en hun vader Pouwel In gen Raem, bleven in Arcen.
Dit was waarschijnlijk vóór 10 juni 1618, op deze datum trouwde Maria Pouwels te Den Haag met Bastiaan Sommester, jm van Salszburg. beroep; Meester-harnasmaker. De andere Pieter Pouwelsz Ingenraem is twee maal gehuwd; als 1e Aeltje Hendricsdr van Emmerich, op 20 november 1629 te Den Haag, en als 2e Barbara Gillisdr du Laij op 9 november 1636 ook te Den Haag.
Maria Pouwels is na het overlijden van haar vader Pouwel In gen Raem, in 1632 te Arcen, tijdelijk teruggegaan naar Limburg, om de nalatenschap te verzorgen.

Deze molen werd gebouwd in 1623 en kreeg al snel zijn bijnaam nadat hij tijdens een storm drie van de vier wieken had verloren.

De molen zelf heeft tot 1678 overeind gestaan en is toen afgebroken.

Oprechte Haerlemsche courant, 19 februari 1693
De Testamentaire Voogden over de nagelatene Kinderen van wijlen den Heer Fredrick van Lier, in zijn Leven Heer van Soetermeer, Middelburg en eerste Raed in den Hove van Hollant, zijn van meeninge, op Dingsdag, den 24 February, 1693, ten overstaen van twee Heeren Commissarissen van den Hove van Hollant in de Castelleyne van den selven Hove in 's Gravenhage te verkopen de navolgende LAnderyen, Wooningen en Huysen; namentlijck, op den Haeg-Ambacht een Wooning met 6 Morgen Warmoeslant, gelegen en benoorden den Hage achter de Slijp- of Malle Molen.

1708: In 'KOHIEREN van de PENNINGEN van RIJNLAND, van 1707 tot 1722', wordt vermeld in 1708, blz. 160 Claes Pietersz van Leeuwen op "De Mallemolen" in Den Haag.
Dirk van Leeuwen, 22 juli 2006

Volgens het jaarboek 1909 van de Geschiedkundige vereniging ”Die Haghe” hadden de harnasmaker Bastien Sommester en zijn vrouw Maritgen begin 1624 slaande ruzie met de dochter van een zekere Jopgen Joris. Maritgen beschuldigde de dochter van "diverie, seggende, dat sij een silvere helmetgen van haer hadden willende oversulcx, dat sij haer dat wederom geven soude." Al eerder had Maritgen de dochter met een gele wortel een blauw oog geslagen, en de harnasmaker had een andere dochter gedreigd "de lenden aen stucken te slaen."