wetenswaardigheden

10-03-1916:  Provinciale Drentsche en Asser courant

Kleding werd van dikke wollen stof gemaakt, dit noemde men ‘want’.

Het ‘want’ waar een jas van gemaakt werd, was geweven door garen.

Het garen werd bij de boer aan huis gesponnen en door de dorpswever tot een stof geweven. De stof heet dan ‘want’.  Deze geweven stof  ‘want’ ging dan naar de volmolen te Zweeloo of Aalden, gem. Zweeloo (er waren twee van deze molens). Daarna ging de want naar de blauwverver, nadat die het bewerkt had ging de stof naar de kleermaker, de ‘snieder’ die er dan een wambuis van maakte.