In 1747 verzocht Adrianus van Beek door tussenkomst van de rentmeester van het graafschap Leerdam Hendrik Cleijn om een stuk land te mogen pachten en daar een zaagmolen te mogen bouwen. Zijn verzoek werd in de vergadering van de Rade en Reekenmeesters van sijne Hoogheid den Heere Prince van Orange en Nassau van 22 februari 1747 behandeld en het gevraagde octrooi werd hem verleed.
Het ging om een perceel land genaamdde Cruijswerff, met rietplekken buijtendijks geleegen. Dit land lag aan de Horndijk, buiten de stad en in de nabijheid van een wiel, ontstaan na een dijkdoorbraak in 1741.
Van Beek verkocht op 4 mei 1754 zijn scheepstimmerwerf, op 24 september 1754 volgde de verkoop van de molen aan Cornelis De Swart voor 500 gulden.
Op 19 maart 1757 verkoopt De Swart de molen aan Pieter Eijserman (smid) voor 72 gulden.
Over de molen is na deze verkoop niets meer vernomen en wordt dus aangenomen dat de molen toen verdwenen is.
Bron: De Molens van Leerdam, His.Ver.Leerdam, Teunis Blom, 2013.